p
PARSABAN
پارسابان
p
پارسابان
drieduizend jaar door verschillende dynastieën bestuurd geweest. Lang niet altijd waren
Mongoolse of Turkse dynastieën.
Iran was vroeger in het westen bekend als Perzië, totdat Sjah Reza Pahlavi op 21 maart
1935 officieel aan de internationale gemeenschap vroeg om het land bij zijn eigen naam te
noemen, Iran. Iraniërs hebben hun land altijd zo genoemd. De naam Perzië komt van de
Oud-Griekse naam Persis, wat een Griekse naam is voor wat de Iraniërs zelf Pars
noemden, een belangrijke streek in het zuiden van Iran. Latere Europese beschavingen
namen de naam Perzië over. Iran betekent "Land van de Ariërs".


De Meden

De Meden hadden hun oorsprong in het noordwesten van het huidige Iran. Fraortes weet
de stammen te verenigen en verdreef de Assyriërs.Hij werd opgevolgd door zijn zoon
Deiokes,
die als de stichter van het Medenrijk geldt.


Het Oud-Perzische rijk van de Achaemeniden

In 550 v.Chr. verslaat Cyrus de Grote de Meden en heerst het rijk van de Achaemeniden.
In 539 v.Chr. verovert Cyrus de Grote, na eerder de overheersing door de Mediërs
afgeschud te hebben, Babylon. Dit betekent dat de Perzen de dominerende macht in het
Midden-Oosten worden. Zij bouwen deze positie geleidelijk uit totdat zij een rijk van
ongekende omvang regeren. Hun hoofdstad is Persepolis. Het omvat niet alleen het
huidige Iran maar ook Irak, Turkije, Syrië, Palestina, Egypte, Afghanistan en delen van
Pakistan. Pogingen om ook de Griekse stadstaten te onderwerpen slagen echter niet
geheel. Het huidige Griekenland blijft vrij.


Alexander de Grote en de Seleuciden

In 330 v.Chr. weet de koning van Macedonië Alexander de Grote van de interne zwakte
van het Perzische rijk gebruik te maken en verovert in korte tijd het hele rijk. Deze tijd wordt
ook wel het hellenisme genoemd, omdat de Grieken de heersende klasse vormen en zo
een groot stempel op de cultuur van het hele Midden-Oosten drukken.
Na Alexanders dood op 10 juni 323 v.Chr. tracht zijn moeder Olympias het rijk bij elkaar te
houden voor haar kleinzoon. Deze is echter nog erg jong en tijdelijk neemt Alexanders
broer Philippus Aridaeus daarom het koningschap waar. Echter, de Diadochen (generaals
van Alexander) trokken steeds meer de werkelijke macht naar zich toe en uiteindelijk
verdeelden de sterkste overgebleven generaals het rijk. Antigonus nam bezit van
Griekenland en Macedonië. Ptolemeüs nam Egypte met Palestina, Cyprus en stukken van
Klein-Azië. De rest, het gigantische Perzische Rijk ging naar Seleucus. Zo werden drie
vorstenhuizen gesticht, de Antigoniden, de Ptolemaeën en de Seleuciden.


De Parthen

In 250 v.Chr. neemt Arsaces I, de leider van een volksstam die bekend staat als de
Parthen, de macht over in Perzië. De Parthen woonden oorspronkelijk in de steppe ten
oosten van de Kaspische Zee. Onder Mithridates (171-138 v.Chr.) gingen de Parthen door
met hun veroveringen en annexeerden Medië, Fars, Babylonië en Assyrië. Ze veroverden
een rijk dat zich uitstrekte van de Eufraat tot Herat in Afghanistan en herstelden zo het
oude Achaemenidische Rijk van Cyrus de Grote. Afgezien van de nomaden die een
voortdurende bedreiging vormden in het oosten en het rijk van Kushan, een boeddhistisch
koninkrijk in India, kende Parthia nog een machtig tegenstrever: het Romeinse Rijk. De
Parthen hadden in de vier eeuwen van hun heerschappij innig contact met het belendende
Romeinse Rijk. Soms was dat in de vorm van oorlog, vooral Armenië was daarbij een Bijna
drie eeuwen lang vochten Rome en Parthia over Syrië, Mesopotamië en Armenië, zonder
ooit tot een duurzame oplossing te komen. In 53 v.Chr., tijdens het bewind van Orodes II
(56-37 v.Chr.) op het hoogtepunt van de macht van Parthia, werden de Romeinen bij
Carrhae vernietigend verslagen. Ondanks deze overwinning en het ondertekenen van
diverse verdragen, bleven de twee machten oorlog voeren tot in de 2e eeuw van onze
jaartelling. De val van Parthia kwam echter niet door een buitenlandse vijand, maar door
binnenlandse opstand. In 226 n. Chr. slaagde een autochtone (Perzische) vazal van de
Parthen er eindelijk in het Parthische juk af te werpen en stichtte het Sassanidenrijk.


Het Nieuw-Perzische rijk

Van 220 tot 226 leidde Ardashir I een revolutie en creëerde zo, ten koste van de Parthen,
het
Nieuw-Perzische Rijk van de Sassaniden.Drijfveer van de Perzen was het herstellen van
het Oud-Perzische rijk en de oude 'satrapen' (provincies) weer onder Perzisch gezag te
brengen. Het Nieuw-Perzische rijk was intern veel beter georganiseerd dan zijn Parthische
westen, het Romeinse Rijk. Na de komst van het christendom kreeg deze confrontatie ook
een religieuze kant, omdat Perzië vasthield aan het zoroastrisme en christenen er bij tijd en
wijle vervolgd werden. In het begin van de 7e eeuw, slaagden de Sassaniden erin een
groot deel van de Byzantijnse provincies in het Midden-Oosten (onder meer Egypte,
Palestina, Syrië en Anatolië) te veroveren. De nieuwe Byzantijnse keizer Heraclius wist met
grote moeite de heiligdommen van Jeruzalem, Antiochië en Alexandrië te heroveren en
bracht de Sassanidische Perzen een grote slag toe. Het gevolg was dat beide rijken elkaar
aan de rand van de uitputting brachten. Het is op dat moment dat van volkomen
onverwachte kant een nieuwe veroveraar zich aanmeldde: de islam. In 651 stierf de laatste
erkende Sjahhansjah Yazdagird III van het Nieuw-Perzische Rijk


De Arabische verovering

Het uitgeputte Sassanidenrijk, dat bovendien onderling flink verdeeld was, bood maar
weinig weerstand tegen de Arabieren in de 7e eeuw. Bovendien bleek de gedachtewereld
van de islam vrij goed aan te sluiten bij het al eeuwen bekende gedachtegoed van
Zarathoestra. De Perzen werden in snel tempo moslims. Uiteindelijk vertrokken de weinige
overgebleven Parsi's (de aanhangers van het zoroastrisme) naar het oosten.
De in 637 ingezette Arabische verovering werd tussen 663 en 676 voltooid met de inlijving
van Sistan, het huidige Afghanistan, en de Soghdische steden Samarkand en Boechara.
De Kaspische provincies Tabaristan (thans Mazandaran) en Gilan behielden nog lange tijd
hun zelfstandigheid. Als deel van het Arabische Rijk werd Iran bestuurd door de
gouverneurs van Irak. De Arabieren, die hun interne vetes meebrachten, vestigden zich
vooral in de noordoostelijke provincie Chorasan. Overgang naar de islam werd niet
bijzonder gestimuleerd. De Iraanse moslims kregen vrijdom van bepaalde belastingen,
maar moesten als mawali (Arabisch: cliënten) van de Arabieren genoegen nemen met een
ondergeschikte positie. De Zoroastriërs (zie Zarathoestra) handhaafden zich als religieuze
minderheid vooral in het zuiden van het land.


De Samaniden

De Samaniden waren een dynastie die van 819 tot 999 regeerde in de streek Khorasan en
delen van Centraal-Azië. De dynastie herstelde oude Perzische waarden in ere. De
Samaniden waren daarmee degenen die de invloed van de Arabische kalief in Bagdad
verminderden.


De Buwayhiden

De Buwayhiden waren een macht die vooral in het noorden en westen, rond de Kaspische
Zee heersten. Later werden zij verslagen door de Seltsjoeken.


De Seltsjoeken

De Seltsjoeken waren een Turkse stam die ook Iran grotendeels bezette.Rond 990
bekeerden zij zich tot de islam en begonnen daarna een veroveringstocht die van de
streek Transoxanië
(in het huidige Oezbekistan) via Iran naar Turkije voerde. Rond 1040 hebben zij Iran
grotendeels veroverd. Ook veroverden zij Bagdad, de hoofdstad van het kalifaat, alwaar zij
de functies van de kalief waarnemen vanaf 1055. Als in 1092 Malik Sjah I sterft, valt het rijk
uiteen in diverse kleinere staten. Iran blijft min of meer één geheel, maar rond 1150
verslaan de Khwarezemiden de kleinere dynastieën in Iran.


Ilkhanaat

Het Mongoolse Rijk onder Dzjengis Khan veroverde Perzië tussen 1219 en 1224, waarbij
hele steden geplunderd en vernietigd werden. In 1255 werd het rijk van de Mongolen
gesplitst in verschillende Kanaten of rijken. Eén daarvan werd het Ilkhanaat, dat onder
leiding van Hülegü kwam te staan. Deze moest verantwoording afleggen aan zijn broer
Koeblai Khan, die de belangrijkste Khan was. De opvolgers van Hülegü bekeerden zich tot
de islam. Rond 1335 viel het rijk uiteen in verschillende staatjes.


Safawiden

De Safawiden of Safaviden regeerden over Iran van 1501 tot 1736 en zij waren het die het
sjiisme tot staatsgodsdienst maakten. De dynastie had zijn oorsprong in een soefistische
orde uit de plaats Ardebil in Azerbeidzjan. De dynastie is genoemd naar sjeik Safi Al-Din
(1252 -
1334). De stichter van het Safawiden rijk was sjah Ismail I die heerste van 1501-1524.
Beide heersers spraken het Azeri, een tot de Turkse talenfamilie behorende taal. Sjah
Abbas I de Grote versterkte het rijk. Hij verklaarde Isfahan tot zijn hoofdstad, een stad die
onder zijn leiding tot grote bloei kwam. In deze periode had ook de VOC een handelspost in
Isfahan.



Kadjaren (Iran rond 1900)

De Kadjaren waren de heersende dynastie van 1796 tot 1925. De Europese machten
Rusland en het Verenigd Koninkrijk breidden hun macht in Perzië stevig uit in deze
periode. Perzië moest diverse noordelijke delen, waaronder het huidige Azerbeidzjan
afstaan aan de Russen,
tijdens de Russisch-Iraanse oorlogen.
Om een verdereexpansie van de Russen tegen te gaan, ging Perzië een strategische
alliantie aan met het Verenigd Koninkrijk. Zo verkreeg dat land diverse belangrijke
commerciële belangen, waaronder het recht te boren naar aardolie. Aan het eind van de
negentiende en begin van de twintigste eeuw werd het land gemoderniseerd en in 1906
kreeg het een parlement. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormden de Osmanen een
bedreiging voor Perzië en 'verdedigden' Rusland en het Verenigd Koninkrijk Perzië én haar
strategisch belangrijke oliegebieden.



De Pahlavi monarchie
Reza Sjah

In 1923 pleegde de Iraanse kozakken-generaal Reza Khan
(Reza Shah) samen met de journalist Zia al-Din Tabataba'i
een geslaagde staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah
Soltan Ahmed Qadar werd drastisch ingeperkt.
Tabataba'i is voorstander van het oprichten van een op
het Westen en Atatürk georiënteerde republiek.
Hoewel Reza Khan ookstreefde naar een Westerse staat,
begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en
het volk in opstand zouden komen.
In 1925 vertrok sjah Soltan Ahmed Qadar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza
Khan zich zelf uit tot sjah Reza Shah, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi.
Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah
Shah, begint Reza Shah aan een ambitieus hervormingsplan.
Er werd een verregaande secularisatie doorgevoerd en de sjah wilde dat Iran binnen
enkele jaren was omgetoverd in een moderne staat naar westers model. Hij verving de
sjaria door een burgerlijke wet en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte
de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj
te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte
om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden
vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten voor een belangrijk heiligdom door
soldaten neergeschoten. Ook zijn zoon zette de onderdrukking van de islam voort. (zie
onder)
De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en
het grootgrondbezit bleef bestaan.
In de jaren dertig werd Nazi-Duitsland Irans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte
onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de
zijde der As-mogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en
Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een
Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. De pro-Duits
geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. De oudste
zoon van Reza Sjah, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), volgde zijn vader op 16
september 1941 als sjah van Iran op. De Russen steunden de pro-communistische
Tudeh-partij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen.
Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. In 1946 verklaarden de noord-Iraanse regio's
Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de sjah
kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken. De
Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio's vrij
gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet.
Mossadegh en de coup van 1953



Mohammed Mossadeq

In 1950 richtte Mohammed Mossadegh het Nationaal Front op,
een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-
Persian Oil Company streefde. Mossadeq's Nationaal Front
kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten,
de communisten en de democraten als op de steun
van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah
(hij behoorde tot de in 1925verdreven Kadjaren-dynastie), streefde tevens naar een
constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt. Op 2 mei
1951 benoemde sjah Mohammed Reza Mohammed Mossadeq tot minister-president. Hij
zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde Anglo-Persian Oil Compagny
door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met Engeland. Spoedig geraakte de sjah en
de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en
benoemde Ahmad al-Saltana tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien
van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie. De ruzie
tussen de sjah en zijn premier gingen gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de
sjah naar Rome. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten
en de CIA georganiseerde staatsgreep waarna de sjah terug kon keren en Mossadeq
gevangen werd gezet. Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de
straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge
bewaking op zijn landgoed.


Witte Revolutie en doorgaande onderdrukking

Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Iran
moderniseren ten koste van traditionele Iraanse
waarden. Pro-communistische stakingen bij
olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot
het verbod op de Tudeh-partij. In 1957 kreeg
Iran een tweepartijenstelsel.
In 1961 kondigde de Sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in
landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht.
De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de
grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te
voeren. In de jaren zeventig was er een enorm contrast ontstaan tussen het platteland en
de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een
Westerse levenstijl. Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen
weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het landen onder
familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg).
De geestelijkheid verzette zich sterk tegen de onderdrukking van de islam en de
ongelijkheid. Zo sloot de sjah madrasa's (religieuze scholen) en toonaangevende religieuze
leiders werden doodgemarteld, gevangengezet of verbannen.


Khomeini

Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Khomeini
leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak, maar toen de toenmalige Iraakse regering
en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet. Later
vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodoxe-sjiietsche leiders,
ook liberale-sjiieten zitting hadden.
Om de succesvolle overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het
tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de Partij voor de Iraanse
Herrijzenis als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij
werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.


Revolutie & Islamitische Republiek

De revolutie vond plaats in twee fasen. In de eerste fase verdreef een alliantie van liberale,
linkse en religieuze groeperingen de sjah. In de tweede fase, vaak de Islamitische
Revolutie genoemd, greep ayatollah Ruhollah Khomeini de macht.
De revolutie begon in december 1978, al waren er daarvoor ook diverse protesten
geweest. Op 16 januari 1979 vluchtte de sjah naar Egypte. Op 1 februari keerde Khomeini
terug uit zijn ballingschap in Frankrijk en hij begon vrij snel de pluralistische revolutie om te
vormen naar een streven naar absolute macht voor de geestelijkheid.



Iran-Irak-oorlog

In september 1980 brak de Irak-Iranoorlog uit. President Saddam Hoessein van Irak,
bevreesd als hij was dat het fundamentalisme over zou waaien naar de sjiitische
meerderheid in Irak, maakte van de chaotische en revolutionaire situatie in Iran gebruik om
het land binnen te vallen. Het Iraakse leger verwachtte een snelle overwinning, maar kon
de zeer gemotiveerde strijders van de Revolutionaire Garde en het nog steeds krachtige
Iraanse leger niet verslaan. Het werd een zeer slepende oorlog die tot 1988 zou duren.
In 1986 kwam er een schandaal aan het licht, toen bleek dat de Verenigde Staten van
Amerika in het geheim wapens leverde aan Iran. Op die manier probeerden de Amerikanen
voor elkaar te krijgen dat sjiitische moslims, via bemiddeling van Iran, in Libanon gegijzelde
Amerikanen zouden vrijlaten. Deze affaire stond bekend als de Iran-contra-affaire of
Irangate.
In juli 1988 kwam er een einde aan de Iran-Irak-oorlog. De betrekkingen met het Westen
werden iets beter. Ze verslechterden echter opnieuw toen ayatollah Khomeini in februari
1989 een fatwa uitsprak tegen de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie. Rushdie had zich
in zijn boek De Duivelsverzen zich beledigend uitgelaten over bepaalde Koran-verzen.
Onder Khomeini's opvolger, ayatollah Ali Khamenei werd de fatwa ingetrokken.


Islamitische Republiek na de dood van Khomeini

Op 3 juni 1989 stierf Khomeini. Ayatollah Ali Khamenei, de toenmalige president, volgde
Khomeini op als 'Leider van de Revolutie', terwijl de meer pragmatische Ali Akbar
Rafsanjani de nieuwe president werd.
Op 21 juni 1990 werd Iran getroffen door een aardbeving in het noordoosten van het land,
waarbij circa 45.000 doden vielen.
Tijdens de Golfoorlog van 1990-1991, veroordeelde het bewind de Iraakse bezetting van
Koeweit, maar was het ook tegenstander van de militaire interventie van met name de
Verenigde Staten om de Irakezen uit Koeweit te verdrijven (1991). Iran keerde zich blijvend
tegen de Amerikaanse aanwezigheid in de Perzische Golf.
In 1997 werd de voor Iraanse begrippen progressieve Mohammad Khatami tot president
gekozen, maar hij slaagde er nauwelijks in het land te moderniseren. De Raad van
Hoeders en andere conservatieve geestelijken leken het land anno 2006 nog stevig in hun
greep te hebben.
Tijdens de verkiezingen van juni 2005 won de conservatieve burgemeester van Teheran
Mahmoud Ahmadinejad de presidentsverkiezingen. Hij installeerde een conservatieve
regering die op 2 augustus 2005 aantrad. Mahmud Ahmadinejad werd herkozen bij de
presidentsverkiezingen in 2009, maar dit ging gepaard met heftige protesten, omdat de
oppositie onder leiding van o.a. Mir-Hossein Mousavi en Karoebi meenden dat er sprake
was van verkiezingsfraude.
Geschiedenis van Iran