پارسابان

                                                      Geschiedenis van Centraal Azië

Centraal-Azië is de regio van Azië die zich uitstrekt vanaf de Kaspische Zee in het westen tot Centraal-
China in het oosten en van het zuiden van Rusland in het noorden tot het noorden van Pakistan in het
zuiden. Het wordt soms ook wel aangeduid als Midden-Azië of Binnen-Azië en bevindt zich grofweg in
het midden van het supercontinent Eurazië. Hoewel er verschillende definities bestaan over de exacte
samenstelling van de regio is er geen enkele definitie die universeel wordt erkend. Ondanks deze
onzekerheid bij het afgrenzen, bevat de regio een aantal belangrijke algemene kenmerken. Een
hiervan is dat Centraal-Azië van oudsher nauw verbonden is geweest met de nomadische volkeren die
er leefden en met de zijderoute. Als resultaat hiervan heeft het gediend als een kruispunt voor de
uitwisseling van mensen, goederen en ideeën tussen Europa, West-Azië en Oost-Azië.

Centraal-Azië komt grotendeels overeen met Turkestan. In de moderne context bestaat Centraal-Azië
uit de vijf voormalige Sovjetrepublieken Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan en
Turkmenistan. De landen Afghanistan en Mongolië worden ook vaak tot Centraal-Azië gerekend,
evenals de westelijke Chinese provincies Binnen-Mongolië, Sinkiang (Xinjiang), Qinghai en Tibet.
In oude Chinese geschriften werd de benaming Westelijke Gebieden (Xiyu) gebruikt om de gebieden
ten westen van China aan te duiden.

Het idee van Centraal-Azië als een onderscheidbare regio in de wereld werd in 1843 geïntroduceerd
door geograaf Alexander von Humboldt. De grenzen van Centraal-Azië zijn het onderwerp van
verschillende definities. Veel boeken noemen het gebied nog altijd Turkestan, de naam die voor het
gebied werd gebruikt voordat Stalin aan de macht kwam.

De meest nauwe definitie is de officiële definitie van de Sovjet-Unie die "Midden-Azië" definieerde als
een gebied dat alleen bestond uit Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan, waarbij
Kazachstan en Mongolië dus buiten het gebied bleven. Deze definitie was overigens ook al in gebruik
ten tijde van het Russische Rijk eind 19e, begin 20e eeuw, toen het gouvernement-generaal Turkestan
ook niet de Kazachstaanse en Mongolische gebieden omvatte. De Sovjetdefinitie werd ook vaak door
landen buiten het gebied gebruikt. In het Russisch zijn er echter twee concepten voor het gebied:
Srednjaja Azia (Средняя Азия; "Midden-Azië") en Tsentralnaja Azia (Центральная Азия; "Centraal-
Azië"). De eerste benaming wordt gebruikt voor de gebieden die van oudsher door niet-Slavische
volken werd bewoond en langzamerhand door veldtochten werden geannexeerd door het Russische
Rijk en de bredere tweede benaming omvat deze gebieden met de gebieden die nooit tot het
Russische Rijk hebben behoord. Meestal worden beide benamingen echter doorelkaar gebruikt,
hetgeen soms onduidelijkheid kan scheppen.
Kort nadat de vijf Centraal-Azische republieken in 1991 de onafhankelijkheid uitriepen, kwamen de
leiders hiervan bijeen in Tasjkent en verklaarden dat Kazachstan ook moest worden opgenomen in de
definitie van Centraal-Azië naast de vier andere landen. Sindsdien wordt deze definitie meestal
gehanteerd
UNESCO schreef vlak voor de instorting van de Sovjet-Unie een boek over de algemene geschiedenis
van Centraal-Azië, waarbij de regio werd gedefinieerd op basis van klimaat en kwam zo tot een veel
ruimere afgrenzing. Volgens deze definitie omvat Centraal-Azië ook Mongolië, westelijk China (inclusief
Tibet), noordelijk India (de deelstaten Himachal Pradesh, Jammu en Kasjmir en Punjab), het
noordoosten van Iran (Golestan, Noord-Khorasan en Razavi-Khorasan), Afghanistan, noordelijk
Pakistan (de provincies Punjab, Noordelijke Gebieden en de Noordwestelijke Grensprovincie), het
centrale deel van het oosten van Rusland ten zuiden van de taiga en de vijf Centraal-Azische
Sovjetrepublieken. Het gebied kan ook worden gedefinieerd op basis van etniciteit, waarbij wordt
gekeken naar de gebieden die worden bewoond door Oost-Turkse, Oost-Iraanse of Mongoolse
volkeren. Deze gebieden omvatten Sinkiang, de Tukse/islamitische regio's van Zuid-Siberië, de vijf
republieken en Afghaans Turkestan, noordelijk Pakistan en de Afghanen en Tibetanen. Deze
genoemde volkeren worden gezien als de "inheemse" volkeren van het uitgestrekte gebied.
De republiek Toeva, die nu onderdeel vormt van Rusland, wordt vaak genoemd als de plek waar het
geografisch centrum van Azië zich bevindt op 320 kilometer ten noorden van Ürümqi,

Geografie
Centraal-Azië is een groot gebied met een gevarieerde geografie, waaronder hoge bergpassen en
gebergtes (Tiensjan), uitgestrekte woestijnen (Karakum, Kyzylkum, Taklamakan) en met name
boomloze grassteppes. De uitgestrekte steppegebieden van Centraal-Azië worden samen met de
steppes van Oost-Europa gezien als een homogene geografische zone die bekend staat als de
Eurazische steppe.
Het grootste deel van het land van Centraal-Azië is te droog of te ruig om er landbouw te kunnen
bedrijven. De Gobiwoestijn spreid zich uit van de voet van de Pamir (77° OL) tot het Da Hinggan-
gebergte of Grote Hinggan (116°–118° OL).
In Centraal-Azië bevinden zich de volgende geografische extremen:
•        de noordelijkste woestijn ter wereld (zandduinen), bij Buurug Deliin Els in Mongolië (50°18' NB);
•        de zuidelijkste permafrost van het noordelijk halfrond, bij Erdenetsogt sum in Mongolië (46°17'
NB);
•        en met bovenstaande: de kortste afstand tussen niet-bevroren woestijn en permafrost: 770
kilometer.
Nog altijd werkt een groot deel van de bevolking als herder in de extensieve veeteelt. De industrie is
geconcentreerd in de steden in het gebied.
De belangrijkste rivieren in de regio zijn de Amu Darja, Syr Darja en de Hari. Belangrijke waterbekkens
zijn het Aralmeer en het Balkasjmeer, die beiden onderdeel vormen van het enorme Centraal-Azische
endoreïsch bekken waartoe ook de Kaspische Zee behoort. De beide meren zijn de laatste decennia
sterk in omvang geslonken als gevolg van het omleiden van water van de toevoerrivieren voor irrigatie
en industriële doeleinden. Water is een extreem waardevolle hulpbron in het droge Centraal-Azië en
kan leiden tot belangrijke internationale twisten.

Aangezien Centraal-Azië geen grote wateroppervlakten kent, zijn temperatuurschommelingen sterker
dan in andere gebieden.
Volgens het klimaatclassificatiesysteem van Köppen vormt Centraal-Azië onderdeel van de
Palearctische ecozone. Het grootste bioom van Centraal-Azië is het gematigd grasland, savanne en
struikgewas. Centraal-Azië bevat darnaast ook de biomen montaan grasland en struikgewas, woestijn
en droog struikgewas en gematigd naaldbos.
Geschiedenis
De geschiedenis van Centraal-Azië is sterk verbonden met haar klimaat en geografie. De droogte van
het gebied maakte landbouw moeilijk en haar afstand ten op zichte van de zee zorgde ervoor dat veel
handel aan haar voorbij ging. Hierdoor ontstonden slechts een paar grote steden in het gebied en
werd het grootste deel van Centraal-Azië gedurende het grootste deel van haar geschiedenis
gekenmerkt door de nomadische ruitervolken van de steppe.

De relaties tussen de steppenomaden en de inwoners van de nederzettingen in en rond Centraal-Azië
werden lange tijd gekenmerkt door conflicten. De nomadische levenstijl was zeer geschikt voor
oorlogsvoering en de ruiters van de steppe groeiden uit tot een van de meest militair daadkrachtige ter
wereld, waarbij ze slechts werden beperkt door hun gebrek aan interne eenheid. De eenheid die intern
werd bereikt was waarschijnlijk vooral te danken aan de invloed van de zijderoute, die door Centraal-
Azië liep. Van tijd tot tijd zorgden grote leiders of veranderende omstandigheden ervoor dat
verschillende stammen zich aaneensloten tot een macht, waardoor een bijna onstopbare kracht kon
ontstaan. Hiertoe behoren de invasie van de Hunnen in Europa, de aanvallen van de Wu Hu in China
en met name de Mongoolse veroveringen in een groot deel van Eurazië.

De macht van de nomadische ruitervolken eindigde in de 16e eeuw toen de plaatsbewoners de
beschikking kregen over vuurwapens, waardoor ze de macht konden overnemen. Rusland, China en
andere grootmachten breiden hun invloed uit over het gebied. The Great Game tussen het Russische
en het Britse Rijk leidde tot het ontstaan van het Afghanistan in haar huidige vorm. Tegen het einde
van de 19e eeuw was het grootste deel van Centraal-Azië ten noorden van Afghanistan in handen van
de Russen. Na de Russische Revolutie werden de Centraal-Azische gebieden tot onderdeel van de
Sovjet-Unie gemaakt. De Volksrepubliek Mongolië bleef onafhankelijk, maar werd wel een satellietstaat
van de Sovjet-Unie. De door de Sovjet-Unie bestuurde delen van Centraal-Azië kregen te maken met
grootschalige industrialisatie en de aanleg van infrastructuur, maar ook met de onderdrukking van de
lokale culturen, honderdduizenden doden door mislukte collectivisatieprogramma's en een blijvende
erfenis van etnische spanningen en milieuproblemen, bijvoorbeeld als gevolg van de Maagdelijke
grondencampagne.

Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie riepen de vijf republieken van Centraal-Azië in navolging van
andere sovjetrepublieken ook de onafhankelijkheid uit. In alle staten bleven de voormalige bestuurders
van de Communistische Partij echter hun macht behouden als lokale heersers. In geen van de
republieken ontstond een vrije democratie, al lijkt Kirgizië wel deels deze richting te hebben ingeslagen
en ook Mongolië heeft zich sinds 1991 in deze richting ontwikkeld. Andere delen van Centraal-Azië zijn
onderdeel gebleven van Rusland en China. De vijf voormalige sovjetrepublieken hebben zich na de val
van de Sovjet-Unie veelal op Rusland en China gericht, waarmee ze bijvoorbeeld deelnemen aan de
door China geleidde Sjanghai-samenwerkingsorganisatie (SSO) en de door Rusland geleidde
Collectieve veiligheidsverdragsorganisatie (CVVO). De beide presidenten van Kazachstan en
Oezbekistan Nasarbajev en Karimov vormen de belangrijkste machthebbers uit het gebied. In 2007
werd een poging op touw gezet door Nazarbajev om een Centraal-Aziatische Unie op te richten tussen
de vijf staten, maar Karimov was hierop tegen.
Cultuur

Op het kruispunt van Azië bestaan sjamanistische praktijken naast boeddhistische. Hierdoor kon Yama,
de god van de dood in het Bön, in het Tibetaans boeddhisme uitgroeien tot een spirituele wachter en
rechter. Het Mongoolse boeddhisme is sterk beïnvloed door het Tibetaans boeddhisme. Qianlong, de
18e eeuwse keizer van China, was een Tibetaans boeddhist en reisde soms van Peking naar andere
steden om er religieuze rituelen uit te voeren.
Centraal-Azië kent een traditionele vorm van geïmproviseerde mondelinge dichtkunst die teruggaat tot
meer dan 1000 jaar geleden. Het wordt met name uitgeoefend in Kirgizië en Kazachstan door akyns,
lyrische improvisatoren, die soms lyrische wedstrijden houden, zoals aitysh of alym sabak. Deze traditie
ontstond uit vroege bardische mondelinge historici. Ze worden meestal vergezeld van een
snaarinstrument; in Kirgizië een driesnarige komoez en in Kazachstan een soortgelijk
tweesnareninstrument. Sommigen van hen leren ook de Manas te zingen, het epos van Kirgizië (Manas-
artiesten die niet improviseren maar enkel het werk voordragen worden manasji's genoemd). In de
sovjetperiode werden akyn-optredens mede verzorgd door de overheid, waardoor ze minder populair
werden. Met de val van de Sovjet-Unie maakte deze vorm van poëzie echter een come-back, al
vertonen akyns nog steeds vaak hun kunsten om de campagnes van politieke kandidaten. In een
artikel uit 2005 in de The Washington Post werd een vergelijking getrokken tussen de improviserende
kunst van de akyns en de moderne freestyle rap uit het westen.

Demografie
Volgens de meest ruime definitie wonen er ruim 80 miljoen mensen in Centraal-Azië, oftewel ongeveer
2% van de totale bevolking van Azië. Van alle regio's van Azië wonen alleen in Noord-Azië nog minder
mensen. De bevolkingsdichtheid bedraagt gemiddeld 9 mensen per km², zeer laag vergeleken met het
gemiddelde van 80,5 mensen per km² van het contintent als geheel. De grootste dichtheid bevindt zich
in de vruchtbare Vallei van Fergana in het oosten van Oezbekistan.
Talen
De talen van de meerderheid van de inwoners van de voormalige sovjetrepublieken in Centraal-Azië
vormen onderdeel van de groep van de Turkse talen. Het Turkmeens, dat nauw gerelateerd is aan het
Turks (beiden onderdeel van de Oguzische groep van de Turkse talen), wordt hoofdzakelijk gesproken
in Turkmenistan en Afghanistan, Pakistan, Iran en Turkije. Het Kazachs, Kirgizisch en Tataars zijn
verwante talen van de Kyptsjaakse groep van de Turkse talen en worden gesproken in Kazachstan,
Kirgizië en Tadzjikistan, alsook in Afghanistan, Sinkiang en Qinghai. Het Oezbeeks en Oeigoers worden
gesproken in Oezbekistan, Tadzjikistan en Sinkiang.
Ongeveer zes miljoen etnische Russen en Oekraïners spreken het Russisch,[8], dat ook een lingua
franca vormt in de voormalige sovjetrepublieken. Het Mandarijn heeft een even sterke aanwezigheid in
Binnen-Mongolië, Qinghai en Sinkiang.
De Turkse talen behoren tot de Altaïsche taalfamilie, waartoe ook het Mongools behoort. Het Mongools
wordt gesproken in Mongolië en Binnen-Mongolië, Qinghai en Sinkiang.
Vroeger werden de Iraanse talen door heel Centraal-Azië gesproken, maar de eens prominent
aanwezige talen Sogdisch, Chorasmisch, Bactrisch en Scythisch zijn nu uitgestorven. Het Perzisch
wordt echter nog wel gesproken in de regio en staat lokaal bekend als Dari (Afghanistan) of Tadzjieks.
Pasjtoe wordt gesproken in Afghanistan en Pakistan en het Perzische dialect Buchaars wordt
gesproken door de Buchaarse Joden.
Het Tibetaans tenslotte wordt door ongeveer 6 miljoen mensen gesproken op het Tibetaans Hoogland
en in Qinghai en Sichuan.

Religie
De islam is de meest voorkomende religieuze vorm in de vijf Centraal-Azische republieken,
Afghanistan, de Chinese provincie Sinkiang en de grensregio's aan westzijde van het gebied, zoals de
Russisch autonome republiek Basjkirostan. De meeste Centraal-Azische moslims zijn soennieten, maar
in Afghanistan en Pakistan bevinden zich ook grote sjiietische minderheden. Het hindoeïsme is de
meest voorkomende religie in het noordwesten van India al bevinden zich ook daar veel islamieten, met
name in de verdeelde regio Kasjmir. Grote hindoeminderheden bevinden zich daarnaast in Pakistan en
Afghanistan. Tibetaans boeddhisme komt het meest voor in Tibet, Mongolië en de zuidelijke Russische
autome republieken van Siberië, zoals Altaj, Chakassië en Toeva, waar het sjamanisme ook enige
populariteit onder de bevolkingen kent. In Altaj bevindt zich een tussenvorm tussen het Tibetaans
boeddhisme en het sjamanisme; het boerchanisme. Door de voortschreidende migratie van Han-
Chinezen naar het westen van China komen ook confucianisme en andere religieuze vormen naar het
gebied.
Lange tijd vormde het Nestorianisme de belangrijkste vorm van het christendom in het gebied, maar
momenteel is dit de Russisch-orthodoxe Kerk, die door de grote instroom van Slavische volken vanuit
het noorden -met name in het kader van de grote landbouwprojecten van de Sovjet-Unie- een grote
groep aanhangers telt in het noorden van Kazachstan en in een aantal grote steden, waar Russen,
Oekraïners en Wit-Russen met name neerstreken. De Boechaarse Joden waren eens een belangrijke
gemeenschap in Oezbekistan en Tadzjikistan, maar zijn sinds de val van de Sovjet-Unie en de opkomst
van de islam bijna allemaal geëmigreerd.
PARSABAN
پارسابان